Nieuws

BRABANTSE WOUDEN

22 januari 2022: Waarom een nationaal park en VHM als kernpartner

De Brabantse wouden is geselecteerd als één van de zes kandidaten Nationaal Park in Vlaanderen. Uiteindelijk worden er begin 2023 drie finaal gekozen. De Brabantse Wouden strekken zich uit over meer dan 10.000 ha. De natuurlijke ruggengraat van de Brabantse wouden bestaat uit het Zoniënwoud, Meerdaalwoud, de Dijle-, Laan- en IJsevallei en het Hallerbos.

 Meer dan 40 jaar geleden schreven de ‘founding fathers’ van de Vrienden van Heverleebos en Meerdaalwoud hun visie neer in het compendium 'Natuurpark Dijlevallei'. De VHM zijn kernpartner van het nog omvangrijkere natuurpark Brabantse Wouden. We zijn verheugd dat de unieke natuur en cultuur van de regio kunnen worden veilig gesteld in een groot en groots park.

 Het gebied kent vandaag reeds tal van sterke troeven.  De Brabantse Wouden omvatten bijvoorbeeld  de grootste oppervlakte aan eeuwenoud bos in Vlaanderen met het daaraan gekoppelde rijke planten- en dierenleven.   Het gebied heeft door zijn uniek golvend reliëf ook een zeer hoge concentratie holle wegen met de daaraan verbonden zeldzame dieren, bomen en struiken.  Ook de uitzonderlijk hoge aantallen dikke bomen zijn een ecologische en recreatieve troef.  Deze levende monumenten komen voor in de wouden, maar ook in kleinere bosjes en parken en hier en daar zelfs in de dorpskernen.

 De Brabantse Wouden hebben ook een uniek rivieren- en valleisysteem met als toppers de Dijle, IJse en Laan, die nog vrij meanderen doorheen graslanden en bossen.

 Het gebied ademt ook geschiedenis.  Met een oase aan ondergewaardeerd erfgoed dat binnen de Brabantse wouden verder ecologisch, landschappelijk en recreatief gevaloriseerd kan worden.  Dat het gebied aansluit op de kunststeden Leuven en Brussel is in toeristisch opzicht ook echt een opsteker.


Biologische waarderingskaart Brabantse Wouden


Een Nationaal park is natuur: traject klimaat-ecologische visievorming

Omdat natuur in een nationaal park centraal moet staan, zijn de VHM met de Natuurstudiegroep Dijleland (NP studie) en professoren van de KUL een denkoefening gestart: wat is dan die natuur in het nationaal park ? We werken rond vier thema’s: bossen, valleien, landbouwplateaus en steden/urbaan gebied. Dit mondt vervolgens uit in beelden waaraan deze natuur beantwoordt, maar ook wordt nagedacht hoe dit beheerd zou moeten worden en in welke wereld (i.h.b. klimaatverandering) dit tot stand komt. Van airco-klimaatbossen tot overstromingen, van zwarte ooievaar tot…

 

Dit is een ‘activistische’ sectorvisie, te vergelijken met het natuurcompendium (maar gebaseerd op veel meer gegevens over de streek), waaraan volgens ons het nationaal park zou moeten beantwoorden. Dit wordt voor juni 2022 afgewerkt en in een publicatie gegoten. 

Natuurlijk is niet alles onmiddellijk realiseerbaar of zijn er soms nog grote onzekerheden en dienen compromissen gesloten te worden. Dat is het werk van het masterplan dat tegen het einde van 2022 klaar zal zijn.


Conceptkaart Brabantse Wouden


Een Nationaal park is landschap & cultuur: traject biogeografische studie

Omdat landschap & historiek ook een kern van de werking van de Vrienden van Heverleebos en Meerdaalwoud is (in de jaren ’70 werd het Meerdaalwoud door toedoen van VHM geklasseerd als landschap; het boek Miradal legt de cultuurhistorie van het bos vast), hebben we ook onze schouders gezet onder het opzetten van een wetenschappelijk onderbouwd, vlot leesbaar en rijk geïllustreerd document met dubbel doel :

  • Als integrerende analyse van het fysisch systeem, het landschapsecologisch functioneren, de landschapsgenese en de daarvan nog herkenbare relicten en kenmerken tot op vandaag en dit om richting te geven aan alle thema’s binnen het masterplan (ic erfgoed en landschap, natuur en klimaat, toerisme en recreatie, ruimte en omgeving, landbouw)
  • In het bijzonder een stevige basis te vormen voor de visie én het actieplan ‘erfgoed en landschap’ binnen het masterplan.

 De sterkte van de hier voorgestelde aanpak ligt niet enkel in het feit dat een biogeografische studie opgesteld wordt, maar dat een ontwikkelproces wordt voorgesteld dat wervend is voor het Nationaal park en een dynamiek in gang zet die ook na de fase van de ‘studie’ bijdraagt aan de uitbouw / ondersteuning van het nationaal park.

Dit door een zeer ruime groep van erfgoedexperten (sl), erfgoedvrijwilligers, landschaps-deskundigen, ... op zeer regelmatige basis bij elkaar te brengen in een context van samen opbouwen en samen schrijven.  Deze groep zal bestaan uit een kleinere vaste kern die thema -of periodeafhankelijk zal worden aangevuld met de experten, vrijwilligers uit de ruimere groep.